Introductiecursus
Inhoud:
Het competente kind
Hoe kijken we naar een baby / peuter en wat is onze houding t.o.v. hem?
De visie van het competente kind m.b.t. de vrije bewegingsontwikkeling en de respectvolle verzorging; de twee belangrijke uitgangspunten. Hoe kan werken volgens Pikler meer rust op de groep brengen en de werkdruk doen verminderen.
Bewegen
Waarom is het belangrijk dat de baby zijn bewegingsontwikkeling op eigen wijze en in eigen tempo kan doorlopen?
Ter sprake komen de ontwikkeling van grove en fijne motoriek; hoe bewegelijk is eigenlijk een baby / peuter. Wat heeft het nodig om optimaal te kunnen ontwikkelen.
Verzorgen I (verschonen)
Hoe en wanneer kunnen we alle kinderen onverdeelde aandacht geven, iedere dag weer?
Ter sprake komen: hoe til je de baby op, hoe leg je hem neer, hoe spreek je tegen de baby / peuter en wat kun je zeggen, wat begrijpt het jonge kind. Hoe raak je de baby aan, met aandacht voor je eigen handen. Hoe begin je een verzorgingsmoment en hoe sluit je het af.
Spelen I (materiaal en bewegen)
Wat is de functie van het spelen?
We gaan het hebben over waarom kinderen spelen, wat er nou gebeurt tijdens het spel. Welk materiaal hebben kinderen in de verschillende ontwikkelingsfasen nodig om langdurig te kunnen spelen. Wat is actief en passief speelgoed. Hoe bied je speelgoed aan.
Spelen II (inrichting en kinderen samen)
Hoe richten we de ruimte in en hoe gaan we om met conflicten?
Wat kun je doen met de gegeven ruimte zodat de kinderen in de verschillende ontwikkelingsfases allen voldoende gelegenheid hebben op hun manier te spelen. Wat is ons verwachtingspatroon van kinderen die samen zijn, klopt dat ook met de werkelijkheid. Mogen er conflicten zijn en hoe ga je ermee om.
Verzorging II (eten en drinken)
Hoe kan iedere maaltijd een feestje worden?
Dit deel gaat over de persoonlijke zorg ook tijdens het eten. We vragen ons af of met de hele groep samen eten echt voor alle kinderen gezellig is. Geen piek- maar rust momenten. Eten is lekker. Geen hap meer dan het kind graag eet.
De introductie cursus bestaat uit 6 dagdelen van 3 uur, met (in overleg) drie tot vier weken tussen elk deel. Dat geeft voldoende tijd om de stof te laten bezinken en de praktijk opdrachten te kunnen doen. Aan het einde van de cursus bestaat de mogelijkheid van begeleiding direct op de groep. Het liefst geven we de cursus aan alle babyleidsters en hun leidinggevende van één kinderdagverblijf.