Ga naar de bovenkant van de pagina

Emmi Pikler

Stichting Nederland

  • Foto bij Bewegen
  • Foto bij Bewegen
  • Foto bij Bewegen

Bewegen

Al bewegend leert de baby zichzelf en de wereld kennen

Eigen tempo en eigen initiatief

Ouders kijken vaak uit naar die momenten wanneer hun baby gaat rollen, kruipen, zitten, staan en lopen.
Emmi Pikler was vanuit haar kindbeeld vooral geïnteresseerd in hoe baby’s dat doen.

verder lezen...

Hoe een kind zich een volgende positie of beweging meester maakt, was voor Pikler belangrijker dan het wanneer. Rustig, zichzelf de tijd gunnend, experimenteert de baby. Met een verbazingwekkend uithoudingsvermogen blijft hij bewegingen herhalen en maakt zich zo vertrouwd met alle verschillende houdingen. Het voordeel van het eigen initiatief en tempo te kunnen volgen, is dat het kind een bepaald stadium bereikt of een nieuwe vaardigheid leert, als het er werkelijk aan toe is. Elke beweging bouwt voort op de vorige. Meestal is 10% van de bewegingen die een baby op een dag oefent nieuw en is 90% van zijn bewegingen vertrouwd. Behoedzaam, voorzichtig maakt het kind vorderingen en het is te zien dat al deze herhalingen hem plezier geven. Plezier in bewegen en plezier in leren vanuit eigen initiatief. Deze manier van ‘te leren leren’, speelt een blijvende rol in het latere leven van de mens. De vreugde hangt overigens niet altijd van het resultaat af. Een ’niet gelukte poging’ kan net zo’n plezierige belevenis zijn als een ‘gelukte’.
Zijn speelse pogingen zijn een noodzakelijk deel van zijn toekomstige ontwikkeling.
Natuurlijk zijn er ook momenten in dit proces waar het kind frustratie ervaart bij het eigen maken van een volgende stap. Lastig om dit uit te houden, vooral voor de volwassene en in te schatten wanneer er werkelijk hulp nodig is.

Ongestoord laten bewegen en spelen

De volwassene is op de achtergrond aanwezig, zichtbaar (of hoorbaar) voor het kind. Wanneer de volwassene het kind namelijk voortdurend bezighoudt, amuseert, helpt, stimuleert of prijst, dan krijgt hij niet de mogelijkheid om uit zichzelf te bewegen en te spelen. Hij wordt zo passief, hulpeloos en onzelfstandig. Het brein kan daardoor niet alle ontwikkelingsmogelijkheden benutten.

Taak van de volwassene

Het beeld van een afhankelijke baby, brengt veel volwassenen er toe het kind te helpen en te stimuleren in zijn bewegingsontwikkeling.
Maar is dat ook nodig?
Wat wordt er van de volwassene verwacht als hij niet met de baby hoeft te oefenen? Hij schept de nodige voorwaarden door de baby op zijn rug op een stevige ondergrond te leggen, met voldoende bewegingsruimte. Als de baby kan tijgeren, geeft hij hem mogelijkheden om ergens op te klimmen. Daarnaast zorgt de volwassene voor kleding van een soepele stof zodat het kind zich gemakkelijk kan bewegen.

verder lezen...

Enerzijds worden door langdurig gebruik van wipstoel, maxicosy, babyboog, loopstoel en te kleine boxen, de ontwikkeling van de natuurlijke bewegingen zoals om de eigen as draaien, rollen, kruipen, onmogelijk gemaakt. Anderzijds introduceert de volwassene bepaalde bewegingen waartoe de baby nog niet in staat is: hij zet het kind zittend neer, soms gesteund door kussens of ‘leert’ hem lopen aan twee handen. Daarmee forceert hij bewegingen of posities, op een moment waarop hij of de omgeving vindt dat ‘het nu tijd is om dit te kunnen’, maar waar het kind mogelijk fysiek en/of emotioneel nog niet aan toe is. Met al deze goede en zorgzame bedoelingen, frustreert de volwassene de natuurlijke nieuwsgierigheid en leergierigheid al op jonge leeftijd. Hiermee ontneemt de volwassene het kind het plezier in bewegen en de triomf wanneer door eigen oefenen iets nieuws is gelukt.

De volwassene schept de nodige voorwaarden:

Harde ondergrond
Op een harde ondergrond kan de baby zichzelf van binnenuit gewaar worden. Hij kan goed voelen hoe hij zijn rug op de ondergrond beweegt, dat hij met zijn benen trappelt die daarbij soms hard soms zacht op de vloer terecht komen, dat zijn bekken van de grond komt als hij zich met zijn voeten afzet en hoe zijn armen de vloer raken. Op een zacht boxkleed zinkt hij weg, waardoor hij zich moeilijker bewust kan worden van zijn eigen bewegingen. De proprioceptieve informatie (lichaamsgewaarwording) die hij van een stevige ondergrond krijgt is belangrijk voor zijn motorische ontwikkeling.

Voldoende ruimte
Als de beweegruimte niet groot genoeg is voor de rollende baby dan zal hij zich proberen op te trekken aan de spijlen van de box of aan de rand van de kinderwagen om tot zitten te komen. Hij doet dat dan op kracht en eerder dan eigenlijk goed voor hem is; als zijn spieren, skelet, gewrichten en evenwichtsorganen er nog niet aan toe zijn. Krijgt de baby voldoende ruimte met interessant speelmateriaal dan zal hij eerst gaan tijgeren of rondkruipen en oefenen met die bewegingen die passen in het proces van zijn natuurlijke ontwikkeling.

Klimobjecten
Als de baby gaat tijgeren, kan de volwassene klimobjecten introduceren. Eerst een stevig kussen, later een houten plateau (14 à 17 cm hoog). Zo leert hij vanaf veilige hoogte zichzelf al op te vangen als hij er vanaf rolt of valt.

Kleding
Een broek van soepele stof waarin hij gemakkelijk kan bewegen. Het liefst blote voeten als de temperatuur het toelaat en anders ruime sokken zodat hij zijn voeten en tenen kan bewegen.

Kennis van de bewegingsontwikkeling

Om alle mini bewegingsstapjes van de baby te kunnen zien en ervan te genieten, is kennis over de bewegingsontwikkeling een voorwaarde. De ontwikkelingstabel kan hierbij van nut zijn. 

Een hechte en vertrouwde band tussen volwassene en kind is de belangrijkste voorwaarde voor de zelfstandige bewegingsontwikkeling van het kind.

“De baby leert in het verloop van zijn bewegingsontwikkeling niet alleen op zijn buik draaien, rollen, kruipen, zitten, staan of lopen, maar hij leert ook te leren.”

Emmi Pikler

© 2015 - 2017 Emmi Pikler Stichting Nederland
website: voorloper.com

© 2015 - 2017 Emmi Pikler Stichting Nederland | website: voorloper.com